Gemeentelijke begraafplaats 't Groenedael
Geschiedenis
Aanleg 1871 – 1875
Toen de bestaande begraafplaats te klein was geworden en deze steeds meer binnen de bebouwde kom kwam te liggen besloten de gemeenten Stad en Ambt Almelo in 1867 een gezamenlijke nieuwe begraafplaats aan te leggen, buiten de stad, aangezien men dat beter achtte voor de volksgezondheid.
In 1871 kochten de beide gemeenten hiervoor een stuk grond van ruim drie hectare aan, gelegen aan de Wierdensestraatweg. In 1873 was het werk aan de begraafplaats in volle gang. In 1874 volgde de aanbesteding voor de bouw van een woning, een lijkenhuisje en bijkomende werken, die inmiddels zijn verdwenen. De eerste begrafenissen hadden inmiddels plaatsgevonden.
In 1894 ging men aandacht besteden aan de beplanting. Honderden dennen werden gerooid en vervangen door sparren en Amerikaanse eikenheesters en elzen. Het doel was de begraafplaats snel beschutting te geven en tegelijkertijd van een fraaie rand te voorzien.
In oktober 1906 werd grond aangekocht voor uitbreiding opzij van de begraafplaats. In januari 1907 had de gemeentearchitect een plan gereed voor de indeling en ophoging van het terrein waarmee zowel Stad als Ambt Almelo zich konden verenigen. Voorlopig echter was er nog plaats op het oude gedeelte.
Over de beplanting waren Stad Almelo en Ambt Almelo het vaak niet eens. Ambt Almelo achtte de kosten van een fatsoenlijke beplanting steeds te hoog, waardoor opknapbeurten niet gerealiseerd werden.
Opknapbeurt 1920
In 1920 diende de directeur Gemeentewerken een plan in om de indeling en het gehele aanzien van de begraafplaats te verbeteren. Er waren te weinig paden zodat men, om een graf te kunnen bereiken over andere graven moest lopen. Dat kon zo niet langer. Hij stelde een nieuwe inrichting voor en wilde het aanzien verbeteren, om zo ‘een gevoel van rust op de dodenakker’ te creëren. Dit plan werd in 1920 goedgekeurd door de Stad Almelo. Ambt Almelo kon geen bezwaar meer maken aangezien zij in 1914 opgegaan was in de Gemeente Almelo. In 1924 waren de werkzaamheden afgerond.
Tweede uitbreiding 1927
In 1927 werd opnieuw gesproken over een uitbreiding van de begraafplaats. Er was weliswaar nog voor enige jaren ruimte beschikbaar schreef de directeur Gemeentewerken, 'het verdient echter wel aanbeveling om de uitbreiding thans reeds onder ogen te zien, omdat de beplanting eenigen tijd noodig heeft om aan te slaan.'
Hij verwachtte dat door de toename van de bevolking de begraafplaats na 20 jaar te klein zou zijn geworden, en bovendien ingesloten zou raken door de uitbreiding van de bebouwing. Dan moest men overwegen deze te sluiten en een nieuwe begraafplaats in te richten op een meer afgelegen terrein, ondanks het toenemende aantal crematies.
In 1929 werden grondeigenaren ten zuiden van de begraafplaats benaderd met het verzoek grond te verkopen. De Graaf van Rechteren Limpurg was hiertoe bereid, maar een andere grondeigenaar vroeg een te hoge prijs voor de grond en moest uiteindelijk onteigend worden. Ondertussen was men al begonnen met de werkzaamheden.
Het ontwerp van de uitbreiding is gemaakt door dhr. E. Hali, eerste plantsoenbeheerder in dienst van de gemeente Almelo. De vorm van het grasveld met vijver in het midden zien we ook in het ontwerp van L.A. Springer uit 1919 voor de Algemene Begraafplaats te Oldenzaal.
In 1937 vond B en W het wenselijk het totale aspect van de begraafplaats te verzorgen en in dat kader ook toezicht uit te oefenen op de grafstenen die daar zouden worden opgericht. In het gemeentearchief zijn ontwerpen voor grafstenen te vinden die door het gemeentebestuur werden goedgekeurd.
In 1999 is van een groot gedeelte van de begraafplaats vastgesteld dat deze vanuit Cultuurhistorisch oogpunt behouden moet blijven.


